Wanneer een werknemer langdurig ziek wordt, brengt dit voor u als werkgever zowel vragen als wettelijke verplichtingen met zich mee. Hoe zorgt u voor een verantwoorde terugkeer op de werkvloer, waar begint u en hoe voorkomt u kostbare loonsancties van het UWV?
Bij de re-integratie wordt eerst onderzocht welke mogelijkheden er zijn binnen de eigen organisatie. Dit noemen we re-integratie in het eerste spoor. In dit artikel leggen we uit wat re-integratie 1e spoor inhoudt, hoe het proces verloopt en welke rechten en plichten beide partijen hebben.
Wat is re-integratie 1e spoor?
Re-integratie eerste spoor omvat alle activiteiten die erop zijn gericht om een zieke werknemer te laten terugkeren binnen de eigen organisatie. Het doel is een duurzame werkhervatting bij de huidige werkgever.
Eerst wordt gekeken naar een terugkeer in de eigen functie. Als dat nodig is, kan het werk tijdelijk of blijvend worden aangepast. Denk aan minder uren, andere werktijden, aangepaste taken, extra begeleiding of een aangepaste werkplek.
Is terugkeer in de eigen functie niet mogelijk? Dan moet de werkgever onderzoeken of er ander passend werk binnen de organisatie beschikbaar is. Daarbij wordt gekeken naar bestaande functies, maar ook naar functies die door aanpassingen of een andere verdeling van taken passend kunnen worden gemaakt.
De re-integratie start zodra de werknemer belastbaar is voor re-integratieactiviteiten. Soms is dat al kort na de ziekmelding. In andere situaties moet eerst meer duidelijkheid komen over de belastbaarheid of het herstel.
Is re-integratie eerste spoor verplicht?
De verplichtingen rond re-integratie zijn vastgelegd in de Wet verbetering Poortwachter, de Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar en het Burgerlijk Wetboek. Werkgever en werknemer zijn samen verantwoordelijk voor een goede aanpak. Zij kunnen daarbij worden ondersteund door een bedrijfsarts, arbodienst, arbeidsdeskundige of re-integratiebedrijf.
De werkgever moet zich gedurende maximaal 104 weken inspannen voor de re-integratie en het loon doorbetalen. Wettelijk gaat het om minimaal 70% van het loon. In het eerste ziektejaar mag het loon meestal niet onder het minimumloon uitkomen. Een cao of arbeidsovereenkomst kan recht geven op een hogere loondoorbetaling.
Blijkt bij de beoordeling van het re-integratieverslag dat de werkgever onvoldoende heeft gedaan? Dan kan het UWV een loonsanctie opleggen. De werkgever moet het loon dan maximaal 52 weken langer doorbetalen. Ook blijft het opzegverbod tijdens ziekte gedurende deze verlengde periode van kracht. UWV beoordeelt hiervoor het re-integratieverslag.
Hoe verloopt het re-integratieproces?
Het re-integratieproces kent verschillende vaste momenten.
Eerste week
De werkgever meldt de werknemer uiterlijk in de eerste week aan bij de arbodienst of bedrijfsarts. De werkgever mag bij de ziekmelding niet vragen naar de diagnose of medische behandeling. Wel mag worden gevraagd hoe lang het verzuim naar verwachting duurt.
Week 6
Uiterlijk in week 6 stelt de bedrijfsarts of arbodienst een Probleemanalyse op. Hierin staat onder meer welke mogelijkheden de werknemer heeft om te werken en welke factoren de werkhervatting kunnen belemmeren. De werkgever ontvangt geen medische informatie over de diagnose of behandeling.
Week 8
Uiterlijk in week 8 stellen werkgever en werknemer samen een Plan van Aanpak op. Hierin staan de doelen, afspraken en acties voor de re-integratie. Het kan bijvoorbeeld gaan om een opbouwschema, aangepaste werkzaamheden, scholing, een werkplekaanpassing of begeleiding.
Ook wordt een casemanager aangewezen. Deze persoon bewaakt de afspraken en houdt in de gaten of het Plan van Aanpak op tijd wordt geëvalueerd en aangepast.
Iedere zes weken
Werkgever en werknemer bespreken regelmatig de voortgang. In de praktijk gebeurt dit doorgaans minimaal iedere zes weken. Als de situatie of belastbaarheid verandert, moet het Plan van Aanpak worden bijgesteld.
Week 42
Is de werknemer na 42 weken nog ziek? Dan moet de werkgever de werknemer uiterlijk op de eerste werkdag na de 42e ziekteweek ziek melden bij het UWV. Dit heet de 42e-weeksmelding.
Week 52
Na één jaar ziekte vindt de Eerstejaarsevaluatie plaats. Werkgever en werknemer kijken terug op het eerste ziektejaar en bespreken of de gekozen aanpak nog passend is.
Ook wordt nadrukkelijk gekeken naar de mogelijkheden voor het tweede ziektejaar. Als er geen duidelijk perspectief is op structurele werkhervatting binnen de eigen organisatie, moet spoor 2 worden gestart.
Een arbeidsdeskundig onderzoek kan hierbij helpen. Dit onderzoek is niet in iedere situatie verplicht, maar kan inzicht geven in de mogelijkheden binnen de eigen organisatie en in passende functies.
Rond week 58
Als er geen structurele mogelijkheden zijn binnen de eigen organisatie, moet een adequaat tweede-spoortraject uiterlijk binnen zes weken na de Eerstejaarsevaluatie worden gestart. Spoor 1 kan daarnaast blijven doorlopen. Beide trajecten kunnen dus parallel worden uitgevoerd.
Week 91
Rond week 91 stellen werkgever en werknemer de Eindevaluatie op. Hierin geven zij aan wat er tijdens de eerste twee ziektejaren is gedaan en wat de actuele stand van zaken is.
Week 93
De werknemer kan vanaf week 93 een WIA-uitkering aanvragen. Bij de aanvraag wordt het re-integratieverslag ingediend. Dit verslag bestaat onder meer uit de Probleemanalyse, het Plan van Aanpak, de Eerstejaarsevaluatie, het Actueel oordeel van de bedrijfsarts, de Eindevaluatie en een oordeel van de werknemer.
Rechten en plichten van de werkgever
De werkgever heeft de regie over het re-integratieproces. Dat betekent niet dat de werkgever alle medische details mag opvragen of zelf bepaalt welke werkzaamheden medisch verantwoord zijn. De bedrijfsarts beoordeelt de belastbaarheid en adviseert over de mogelijkheden.
De belangrijkste verplichtingen van de werkgever zijn:
- De werknemer tijdig aanmelden bij de arbodienst of bedrijfsarts;
- Samen met de werknemer een Plan van Aanpak opstellen;
- Passend werk aanbieden;
- Aanpassingen aan werkzaamheden, werktijden of de werkplek onderzoeken;
- Mogelijkheden binnen de hele organisatie in kaart brengen;
- De voortgang regelmatig bespreken en afspraken bijstellen;
- Een re-integratiedossier en re-integratieverslag bijhouden;
- Deskundige hulp inschakelen wanneer dat nodig is;
- de redelijke kosten van de re-integratie dragen;
- Het loon gedurende maximaal 104 weken doorbetalen.
De werkgever moet niet alleen kijken naar bestaande functies. Ook een andere verdeling van taken, jobcarving, extra begeleiding of het creëren van aangepast werk kan onderdeel zijn van spoor 1. Wat redelijk is, hangt af van de omstandigheden en de omvang van de organisatie.
Daar staan ook rechten tegenover. De werkgever mag van de werknemer verlangen dat deze meewerkt aan redelijke re-integratieafspraken, op afspraken bij de bedrijfsarts verschijnt en passend werk verricht.
Houdt de werknemer zich zonder geldige reden niet aan de re-integratieverplichtingen? Dan kan de werkgever onder voorwaarden het loon opschorten of stopzetten. Dit moet zorgvuldig gebeuren. De werknemer moet vooraf worden geïnformeerd over de verplichting en de mogelijke gevolgen van het niet meewerken.
Rechten en plichten van de werknemer
De werknemer moet actief meewerken aan de re-integratie. Daaronder vallen onder meer:
- Afspraken uit het Plan van Aanpak nakomen;
- Verschijnen bij de bedrijfsarts of arbodienst;
- Meewerken aan redelijke werkhervattingsafspraken;
- Passend werk accepteren;
- Zelf voorstellen doen voor werkhervatting;
- Informatie verstrekken die nodig is voor de uitvoering van de arbeidsovereenkomst en de re-integratie.
De werknemer hoeft de werkgever niet te vertellen welke diagnose of behandeling van toepassing is. Medische informatie valt onder het beroepsgeheim van de bedrijfsarts en mag niet zomaar met de werkgever worden gedeeld.
De werknemer heeft recht op de wettelijke of contractuele loondoorbetaling en op een veilige werkomgeving. Ook moet de werkgever redelijke aanpassingen onderzoeken wanneer die nodig zijn om werkhervatting mogelijk te maken.
Is de werknemer het niet eens met het advies van de bedrijfsarts? Dan kan hij een second opinion aanvragen bij een andere bedrijfsarts. Bij een verschil van mening over bijvoorbeeld passend werk, de re-integratie-inspanningen of de mogelijkheid om het eigen werk te hervatten, kunnen werkgever en werknemer een deskundigenoordeel aanvragen bij het UWV. Het UWV geeft hierover verschillende voorbeelden.
Het verschil tussen spoor 1 en spoor 2
| Kenmerk | Re-integratie 1e spoor | Re-integratie 2e spoor |
| Focus | Werkhervatting binnen de eigen organisatie | Werkhervatting buiten de eigen organisatie |
| Locatie | Bij de huidige werkgever of een organisatie die daar feitelijk onderdeel van is | Bij een andere, zelfstandige werkgever |
| Mogelijkheden | Eigen functie, aangepast eigen werk of ander passend werk | Passend werk bij een nieuwe werkgever |
| Startmoment | Zodra de werknemer belastbaar is en mogelijkheden binnen de organisatie worden onderzocht | Zodra er geen zicht is op structurele werkhervatting binnen de eigen organisatie |
| Begeleiding | Door de werkgever, eventueel met een arbeidsdeskundige of andere deskundige | Vaak met ondersteuning van een re-integratiebedrijf |
| Combinatie | Kan naast spoor 2 blijven doorlopen | Kan parallel aan spoor 1 worden ingezet |
Spoor 2 kan ook bestaan uit werkhervatting via detachering. De werknemer blijft dan in dienst bij de huidige werkgever, maar werkt tijdelijk bij een andere organisatie.
Wanneer stapt u over van spoor 1 naar spoor 2?
Het uitgangspunt is dat eerst wordt gekeken naar terugkeer binnen de eigen organisatie. Dat betekent niet dat spoor 2 pas na één jaar ziekte mag beginnen. Zodra duidelijk is dat er geen zicht is op structurele hervatting binnen de organisatie, moet een tweede-spoortraject worden gestart.
Na de Eerstejaarsevaluatie mag spoor 2 alleen achterwege blijven als er binnen drie maanden een concreet perspectief bestaat op structurele werkhervatting in de eigen functie, aangepast eigen werk of ander passend werk binnen de organisatie.
Spoor 1 en spoor 2 kunnen ook parallel worden ingezet. Dat is bijvoorbeeld verstandig wanneer nog niet zeker is of terugkeer binnen de organisatie lukt, maar er wel twijfel bestaat over de haalbaarheid op langere termijn. Zo blijven interne mogelijkheden onderzocht terwijl de werknemer ook wordt voorbereid op kansen buiten de organisatie.
Zorgvuldige dossieropbouw
Een goede dossieropbouw is belangrijk tijdens het hele re-integratieproces. Leg daarom afspraken, gesprekken, evaluaties, aangeboden werkzaamheden en eventuele aanpassingen schriftelijk vast.
Beschrijf ook waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. Als passend werk niet wordt aangeboden, moet duidelijk zijn waarom dit niet mogelijk of niet redelijk was. Hetzelfde geldt wanneer een traject wordt uitgesteld of een werknemer tijdelijk niet kan re-integreren.
Let erop dat medische gegevens niet in het werkgeversdossier terechtkomen. De werkgever mag wel informatie vastleggen over de functionele mogelijkheden, beperkingen en gemaakte werkafspraken, zolang dit geen medische diagnose of behandelgegevens bevat.
Het UWV gebruikt het re-integratieverslag bij de beoordeling na twee jaar ziekte. Ontbrekende of onvoldoende onderbouwde informatie kan leiden tot vragen, vertraging of een loonsanctie.
Hulp nodig bij re-integratie eerste spoor?
Re-integratie volgens de Wet verbetering Poortwachter vraagt om een tijdige en zorgvuldige aanpak. Proficiënt Groep ondersteunt werkgevers bij arbeidsdeskundige onderzoeken, re-integratie in het eerste en tweede spoor en het opbouwen van een compleet re-integratiedossier.
Neem vrijblijvend contact op met Proficiënt Groep voor advies over de re-integratie van uw werknemer.